• rock
  • blues
  • irrationallibrary
  • spoken word

Za 14-10 | Patronaat | 21.00 -04.00 uur | gratis

Irrational Library: Noise Poetry Blues Rock Night ft.
Sindrome Stockholm
Viper Mad
Tender Chunks In GravyHosted by Mr. Weird Beard & DJ Disfingered

Irrational Library: Noise Poetry Blues Rock Night

Well hot damn Children of the Hema Revolution! Septemeber was a blast - but no time to look back! Here comes our October program for our Patronaat Cafe evening. Hope to see you all there!

Sindrome Stokholm 
is een in 2015 opgericht Noise Poetry duo dat bestaat uit dichter Marcel Ozymantra en gitarist Des-sart. Door inventief gebruik van de gitaar vult Des-sart de Nederlandstalige gedichten niet alleen aan, maar weet ze van extra betekenis te voorzien. Opgeteld zijn ze meer dan de som en een ware uitdaging voor zowel oog als oor. Sindrome Stokholm haalt zijn inspiratie uit Amerikaanse alternative rock, moderne klassieke muziek, Public Image Ltd en The Fall. I don’t sing, I just shout!

Viper Mad. 
Jazzliefhebbers kennen het misschien als de titel van een jaren 30-swingnummer van saxofonist Sidney Bechet met Noble Sissle’s Swingsters:
‘Just viper mad, must have my fun
I’m never sad it can’t be done’
Of van Viper Mad Blues, een compilatie van oude jazz- en bluesnummers over drugs; de ondertitel luidt ’25 Songs of Dope and Depravity’. Als je viper mad bent, smacht je naar een joint. (In het woordenboek staat dat viper een slang is; daar doet het slissende geluid van iemand die een pretsigaret opsteekt aan denken, vandaar.)

Viper Mad is ook de naam van het nieuwe project van Bjorn Uyens, die eerder furore maakte met Dress (intense gitaarrock met een flinke stoot adrenaline) en Dassuad (sfeervolle indiepop die vergelijkingen opriep met dEUS en Sparklehorse). Samen met de Peter Sprengers, Sjoerd van Helmond (Space Messengers) en Sjuutzmeister (Projekt Rakija) slaat hij een nieuwe richting in. Onweerstaanbaar swingend, met een hoofdrol voor de soepele groove van de ritmesectie in plaats van de gitaren. Sterke songs met pakkende melodieën vormen nog altijd de basis, maar ze klinken volkomen anders dan voorheen. De muziek heeft een andere tred – niet meer hard rennend of kalm in een auto rijdend, maar losjes door de stad lopend op een broeierige zomeravond.
Het is een toegankelijk, eigen en herkenbaar geluid – en zo gevarieerd dat je van de ene in de andere verbazing valt. Dan weer venijnig bluesy, dan weer lief poppy; het ene moment serieus bespiegelend, het volgende moment zo speels en schalks als Serge Gainsbourg.

Uyens vertelt dat de nieuwe sound organisch ontstond toen hij in 2013 meedeed aan het rondreizende festival Popronde. ‘Ik speelde onder meer in broodjeszaken, cafés en kerken, met een geïmproviseerde band zonder echte drummer, maar wel met beats en een trommel. Tijdens die tour zijn we steeds swingender gaan spelen, omdat dat aansloeg bij het publiek dat ons niet kende.’
Na de Popronde ging hij experimenteren met elektronische ritmes maar vond dat te kil. ‘Uiteindelijk heb ik een handgemaakte trommel (met mallet en stick) en een tongue drum (soort mini-vibrafoon) gekocht, waarmee ik beats ging maken. Het accent op de eerste tel – dat zo leidend is in rock en dance – kwam daar niet meer in voor. Dat maakt het swingend, sexy en aards om te spelen. En het schept meer ruimte voor het verhaal en de sfeer.’

Muzikale inspiratiebronnen zijn voor hem onder meer:
- Blues: ‘Dan gaat het mij vooral om de manier van spelen. Ik hou erg van het principe van vraag en antwoord, tussen tekst en instrument. Ik zing een regel, waarna er ruimte is voor een muzikant om te antwoorden met een lick of een slag.’
- Dub: ‘‘Ik hou niet van reggae, wel van dub. Dub is reggae maar dan met de bas, drums, blazers en zang uit elkaar getrokken en opnieuw opgebouwd met spring reverbs en band-echo’s. Dat wilde ik ook met mijn liedjes. Kijken hoeveel je weg kan halen zonder de kern te verliezen. Vervolgens heb ik alles uit elkaar getrokken en opnieuw in elkaar gezet.’
- De R&B-pop uit het nieuwe millennium: ‘Wat zo gaaf is van de popmuziek van de jaren 2000 zijn de beats van Timbaland (zoals in Maneater van Nelly Furtado) en The Neptunes. Maar ook een track als Royals van Lorde, wow. Ik weet niet waar het vandaan komt, maar als je mij een floortom en een mallet of stick geeft, komt dat eruit. Het is gewoon heel fijn om te spelen.’

In sommige nummers horen we een huppelende gitaar die aan Afrikaanse pop doet denken. ‘Dat zou ik zelf niet zo snel zeggen. Ik luister wel veel naar Fela Kuti en ook King Ayisoba vind ik te gek.’ En ja, Talking Heads of LCD Soundystem, met die diepe grooves en loops die telkens terugkomen... ‘Toch wel veel invloed dan’, moet hij toegeven.

‘Vrolijk dartelen is er niet bij’, schreef een recensent eens over Dassuad. Viper Mad klinkt een stuk zonniger. Vrolijk zou Uyens het zelf nog altijd niet noemen. ‘Dan denk ik aan blij. Ik vind het eerder hoopgevend of louterend. Zoals een goed einde van een dramatische film. Dat gevoel.’

Tender Chunks in Gravy - chaos, crunk and Merlijn.

Dj Disfingered 
Mr. Weird Beard

ook interessant